Table of Contents

Onder constructie

Deze pagina is nog niet af

Werken met coördinaten

Op deze pagina wordt op verschillende niveaus de werking van (geodetische) coördinaten op (topografische) kaarten uitgelegd.

Beginnersniveau

Bekijk de kaart hiernaast, het toont een gebouw op een stuk grond. Daaroverheen getekend zijn horizontale en verticale zwarte lijnen, dit noemen we een coördinatenstelsel. Onder elke verticale lijn staat een letter die bij die lijn hoort, naast elke horizontale lijn staat een bijbehorend getal.

We kunnen elke plek op de kaart beschrijven met behulp van deze lijnen, getallen en letters. Volg het verticale lijntje bij de letter E en het horizontale lijntje bij het cijfer 8. Daar waar deze twee lijnen kruisen, ligt het coördinaat E8. We zien op de kaart dat op deze plek iets staat, aangegeven met een zwart puntje.

Aan de rechterkant van de kaart zien we nog zo'n zwart puntje, naast de bruine vorm. We bepalen het coördinaat van dit puntje door te kijken naar de dichtstbijzijnde kruising van een horizontale en verticale lijn. In dit geval is deze kruising iets rechtsonder het puntje. Als we de lijnen van de kruising volgen, vinden we de letter N en het getal 7. Het zwarte puntje bevindt zich dus vlak bij coördinaat N7.

Basisniveau 1

Bekijk de kaart hiernaast, het toont hetzelfde gebied als de voorgaande kaart. Het coördinatenstelsel is dit keer niet voorzien van getallen en letters, maar van enkel getallen in beide richtingen. De getallen in de horizontale richting heten x-coördinaten, de getallen in de verticale richting heten y-coördinaten.

Volg vanaf het x-coördinaat 16 onderaan het verticale lijntje omhoog, en tegelijk vanaf het y-coördinaat 28 het horizontale lijntje naar rechts. We zien dat deze lijnen op hetzelfde punt kruisen als in het voorbeeld hierboven. Om een punt op de kaart te beschrijven in ons nieuwe coördinatenstelsel, schrijven we van dit punt eerst het x-coördinaat op, gevolgd door het y-coördinaat. Vaak wordt een komma of streepje gebruikt om de 2 coördinaten te scheiden. We kunnen dit coördinaat bijvoorbeeld als volgt noteren:

Een ezelsbruggetje om te onthouden in welke volgorde je de getallen moet opschrijven, luidt: “Gangetje in, trappetje op”. We lopen vanaf linksonder eerst 'het gangetje in' naar rechts, om daarna het lijntje naar boven te volgen ('trappetje op').

Op eenzelfde manier als in de vorige paragraaf kunnen we zien dat het zwarte puntje bij de bruine vorm vlak bij kruising 52, 124 ligt (N7 in de vorige paragraaf). Hieronder kijken we echter naar een methode om exacter het juiste coördinaat van dit punt te bepalen.

Basisniveau 2

Schaal

Wat we in de vorige paragraaf niet vermeld hebben, is dat de getallen op die kaart echt iets betekenen: het zijn meters! Als je van links naar rechts loopt vanaf lijn 16 naar lijn 56, heb je 40 meter afgelegd. Echter, op de kaart is deze afstand niet 40 meter groot, maar bijvoorbeeld 4 centimeter. We zeggen ook wel dat de kaart op schaal gemaakt is, dit houdt in dat de kaart in het klein laat zien hoe de omgeving er werkelijk uit ziet. We kunnen met een getal aangeven hoe groot de schaal is. Onze afstand van 40 meter is gelijk aan 4000 centimeter in werkelijkheid, dat is 1000 keer zo groot als de 4 centimeter op onze kaart. De schaal is dus 1 op 1000, wat we ook wel noteren als 1:1000. Alles wat je op de kaart ziet, is in werkelijkheid 1000 keer groter. Andersom is alles wat je in werkelijkheid ziet, 1000 keer zo klein weergegeven op de kaart. 1 meter in het echt komt op deze kaart overeen met 1 millimeter.

Verschillende kaarten kunnen verschillende schalen hebben, enkele voorbeelden van veelgebruikte schalen zijn:

Kaarthoekmeter

Met de coördinaten uit de vorige paragraaf kunnen we beschrijven in welk vakje een punt ligt. Echter, vaak willen we een nauwkeuriger coördinaat weten: we willen beschrijven waar in het vakje een punt ligt. Hiervoor gebruiken we een nieuwe vorm voor ons coördinaat: AAA,BB - CCC,DD. Hier stelt AAA,BB het x-coördinaat voor en stelt CCC,DD het y-coördinaat voor. De delen voor de komma's, AAA en CCC, zijn altijd op de kaart terug te vinden zoals we hiervoor deden. De delen achter de komma's, BB en DD, bepaal je met een kaarthoekmeter.

Een kaarthoekmeter kun je dus gebruiken om op een kaart een nauwkeurig coördinaat te bepalen. Een kaarthoekmeter werkt voor één of enkele specifieke schalen. Voor andere schalen is deze niet bruikbaar. De kaarthoekmeter bevat voor zijn schaal (of, voor elk van zijn schalen) 2 linialen die haaks op elkaar zijn geplaatst. Hiermee kun je tegelijk nauwkeurig een x- en y-coördinaat meten.

Als je goed naar een kaarthoekmeter kijkt zullen je twee dingen opvallen. Ten eerste zul je zien dat de getallen van de horizontale liniaal niet van laag naar hoog lopen, maar van hoog naar laag. Dit is expres, je zult hieronder zien waarom. Ten tweede zul je zien dat de ruimte tussen elk tiental (bijv. tussen 40 en 50) waarschijnlijk niet is opgedeeld in 10 stukjes, maar in bijvoorbeeld 5 stukjes. In dat geval stelt elk streepje dus 2 stapjes voor, en moet je dus ook in stapjes van 2 tellen.

Het coördinaat van een punt bepalen

Als je van een punt op de kaart het coördinaat wilt bepalen, ga je te werk in de volgende stappen:

  1. Kijk in welk rastervakje het punt zich bevindt, en zoek naar de linkeronderhoek van dit vakje. Het x-coördinaat van deze hoek is AAA, het y-coördinaat is CCC.
  2. Zoek de juiste haakse liniaal voor de schaal van je kaart, en leg de hoek van deze haakse liniaal op het gewenste punt
    • De linialen moeten naar links en onderen wijzen
    • De linialen moeten parallel liggen aan het raster
  3. Lees BB (de decimalen van het x-coördinaat) af door te kijken waar de horizontale liniaal wordt gekruist door een verticale rasterlijn
  4. Lees DD (de decimalen van het y-coördinaat) af door te kijken waar de verticale liniaal wordt gekruist door een horizontale rasterlijn

Een coördinaat terugvinden op de kaart

Als je een coördinaat wilt terugvinden op de kaart, ga je te werk in de volgende stappen:

  1. Zoek de rasterkruising op van het deel van de coördinaten vóór de komma (AAA, CCC), en leg de hoek van de haakse liniaal op deze kruising
    • De linialen moeten naar links en onderen wijzen
    • De linialen moeten parallel liggen aan het raster, over de rasterlijnen
  2. Schuif de kaarthoekmeter naar rechts tot de verticale rasterlijn de horizontale liniaal kruist op het coördinaatdeel BB
  3. Schuif de kaarthoekmeter naar boven tot de horizontale rasterlijn de verticale liniaal kruist op het coördinaatdeel DD
  4. Controleer of beide linialen nog op de juiste positie liggen en of de kaarthoekmeter nog juist parallel ligt. Zo niet, corrigeer dit dan nog
  5. De hoek van de haakse liniaal geeft nu de locatie van het coördinaat op de kaart aan